Het gedrag van iedere mossel wordt apart gemeten en geëvalueerd. Hierdoor wordt voorkomen dat bij middeling van de meetgegevens door de van nature aanwezige variatie tussen organismen de gevoeligheid van het systeem wordt verlaagd.

Zowel zoet- als zoutwatermosselen zijn voor het systeem te gebruiken, bijvoorbeeld de zebramossel (Dreissena Polymorpha) , de schildersmossel (Unio Pictorum), de Zwanemossel (Anadonta Cygnea) of de gewone of blauwe mossel (Mytilus Edulis). Andere tweekleppigen kunnen echter ook met succes worden gebruikt.

 


 

 

Naast chemische componenten als verontreiniging in het water kunnen ook andere grootheden het gedrag van mosselen in meer of mindere mate beďnvloeden. Waar nodig dienen deze gemeten te worden. Te denken valt aan de temperatuur van het water, de zuurgraad, de troebelheid enz. In verband hiermee is een temperatuurmeting in de MOSSELMONITOR® ingebouwd.