De sensor van de MOSSELMONITOR® is de mossel zelf. De mossel detecteert de vervuiling en maakt dat kenbaar door een afwijkend gedrag te vertonen.

Bij het normale bewegingspatroon van de mosselschelpen zullen de schelphelften gemiddeld ca. 70 - 80% open staan voor het opnemen van voedsel en zuurstof. Slechts af en toe zullen de kleppen sluiten waarna zij spoedig weer openen.

De bewegingen die de mossel kan maken ten gevolge van verschillende soorten en mate van verontreiniging zijn als volgt te onderscheiden:

 

  • Het gesloten houden van de schelphelften gedurende een bepaalde (langere) periode.

  • Een verhoogde mate van activiteit, dat wil zeggen dat de mossel frequenter open en dicht gaat in vergelijking met het normale gedragspatroon (het z.g. klepperen).

  • Het verlagen van de gemiddelde waarde (normaal 70 - 80%) van de openstand over een bepaalde periode.

  • Geen beweging meer, echter een ruime overschrijding van de normale maximale open stand. Dit gebeurt wanneer de mossel niet meer leeft (zgn. gapen).

next